de schelpDe Schelp

Weet je nog? Die eerste maal dat je een schelp tegen je oor hield? Het leek alsof de zee in de schelp zat. Het geruis van de branding was er in te horen. Verbaasd keken we naar de schelp. Het was toch een beetje vreemd die eerste maal.
Lang duurde die verwondering niet. Want iedereen weet toch dat de zee niet in die schelp kan. Maar wat als het dan toch zou kunnen? Kan je het jezelf al voorstellen? Die immense plas in dat schelpje. En het is dan nog maar de oppervlakte die we zien. Wat er onder het oppervlak gebeurd zien we niet, zodoende besteden we er weinig of geen aandacht aan.

Wat er onder dat oppervlak gebeurd kan men omschrijven als een wonder, nog steeds vallen onderzoekers van de ene verbazing in de andere. Regelmatig ontdekken ze nieuw leven, maar ook dingen uit het verleden worden gevonden. Met vernuftige apparatuur worden deze zaken blootgelegd.
Maar er gebeuren ook drama's op en in de zee. Vissen die elkaar opeten, mensen die verdrinken, schepen die vergaan, oorlogen die er worden op uitgevochten. En dat allemaal in die kleine schelp tegen je oor.

Er zijn mensen die beweren dat alles één is en dat alles, inderdaad álles, in jezelf besloten ligt. Ook de zee dus. Maar als er op en in de zee al zoveel gebeurt, wat moet dat dan zijn wanneer de hele wereld in je binnenste opgeslagen is.
Het is met de mens net zoals met die schelp. Leggen we de schelp weg dan zien we de buitenkant en zien we alleen de rust en het mooie uiterlijk ervan. Houden we deze tegen ons oor dan horen we de branding, we horen het verhaal van deze schelp.

Sommige mensen zeggen wanneer ze me ontmoeten. Eddy, wanneer jij in de nabijheid bent wordt alles rustig, jij straalt zo een rust uit dat we er zelf kalm van worden.
Mensen, ik ben niet méér dan deze schelp waarin de zee verborgen is. Soms moet ook ik deze innerlijke stormen trotseren. Ook mijn schepen durven al eens vergaan. En mijn vissen eten elkaar op. Er zijn ook oorlogen in mijn binnenste te voeren. Maar vooral!!! Ik val net zoals de vele onderzoekers van de ene verbazing in de andere. En dat allemaal in deze éne nietige mens.

Met dank aan Eddy Camerman (15/12/2000)