De man en zijn kastanjeboom

Plotseling werd de anders zo vriendelijke buurman een klein duiveltje...

Hij was een rustig knaap van zestien jaar, kon heel goed op school meekomen, en had een groot plichtsbesef met betrekking van het maken van huiswerk en andere schoolactiviteiten. Zijn vader en moeder hadden weinig met hem te stellen.
Toch zat er in de zestienjarig jongen een vlaag van eenzaamheid. Hij voelde zich klein in de grote wereld. Hij voelde zich niet altijd begrepen in deze wereld. Hij had een eigen manier van denken, welke voor een jongen van zestien toch bijzonder groots was. Hij zag veel, en vond dingen ook gauw gewoon. Hij was verbazingwekkend volwassen voor zijn leeftijd.
Op deze leeftijd heeft hij in een klein emmertje met zand een kastanje gestopt. Zijn kastanje. En deze emmer met de kastanje erin kreeg veel liefde van de zestienjarige jongen. Het was een stukje van hem.

De kastanje begon in de emmer met zand te kiemen, en werd een heel klein plantje. Verrukt over het eigen stukje natuur bleef de jongen de kastanje iedere dag begroeten en verzorgen. Toen de jongen 18 jaar geworden was, was de kastanje uitgegroeid tot een pril boompje van 20 cm met enkele blaadjes.
De jongen heeft toen opnieuw een kastanje geplant in een andere emmer. Ook deze kastanje groeide mede door de aandacht en de liefde die de jongen in het verzorgen stak. Maar het was niet alleen de liefde en de verzorging die de achttienjarige jongen aan deze twee planten gaf, het was alles wat de jongen op deze leeftijd bezighield, en waar hij niet met anderen over kon praten. De kastanjes werden een stuk van hemzelf. Hij hield van deze twee kastanjes die groeiden in een emmer. Zij verstonden hem, zij begrepen hem zonder woorden en zonder gebaar.

Hij was 27 jaar toen hij met de schrijfster van dit verhaal trouwde. In de tuin werd vol trots de oudste kastanje geplant. Elf jaar had deze kastanje het lief en leed van de jongeman aangehoord vanuit zijn emmer, nu mocht de kastanje in de vrije natuur. Het maakte voor de jongeman niet uit of hij nu een grote tuin had of niet, de kastanje mocht nu in de vrije grond.
De tweede kastanje mocht na negen jaar in de voortuin staan. Ach en omdat het zulke fragiele boompjes waren liet de schrijfster van dit verhaal het ook maar toe.

De jaren verstreken en de boompjes werden boom. Vol trots liep de jongeman met iedere bezoeker naar zijn boom in de tuin. " Wat is hij mooi hè? , Dat is mijn kastanje"!!
Na tien jaar groeien in de tuin werd de kastanje toch wel overmoedig, het wilde graag boven de huizen uitgroeien en deed voor de jongenman zijn best een grote sterke boom te worden.
De buren van de tuin begonnen echter al zo nu en dan te mopperen, niet om de boom hoor.. maar om de pikkerige blaadjes die de boom ieder voorjaar weer laat vallen. De jongeman trok zich er niets van aan. Zijn boom, is de mooiste boom van alles en wéé diegene die daar aankomt.

Na 17 jaar (de boom was toen 28 jaar) begon de schrijfster van dit verhaal toch ook wel te mopperen want de boom houdt toch ook de zon uit de tuin, en zo werd er besloten de boom te snoeien. De buren dachten dat nu de tijd aangebroken was dat de boom wel eens weg kon, zo werd er vriendelijk gevraagd. Maar hun eens zo vriendelijke buurman veranderde plotseling in een duiveltje 'de kastanjeboom gaat niet weg', siste hij, en hij liep driftig weg.
De schrijfster van het verhaal heeft uitgelegd dat de boom gesnoeid zou worden, maar dat, zolang de jongeman leeft, zijn boom in zijn tuin zal staan. Zo ook de boom voor de ingang van het huis, alhoewel de schrijfster van dit verhaal wel zo nu en dan tegen die boom zegt: 'Groei maar niet zo hard meer, want anders kunnen wij straks de deur niet meer door".

Met dank aan Theresia en haar zorgzame man natuurlijk.