|
Wat een knoest. Zijn stamomtrek meet 5.20 meter. Hij is niet geplant en daarna door bosbouwers "gekoesterd". Hij is spontaan opgeslagen en daarna zijn eigen, eenzame weg gegaan. Dat zie je aan de takken, die al laag, anderhalve meter boven de grond, uitslaan. De authentieke eik is hierdoor een ideale klimboom, een groene speeltuin voor jong en oud. Voor wie hem weet te staan tenminste, want hij leidt niettegenstaande zijn formidabele afmetingen een verborgen bestaan, wat knap te noemen is van deze -naar alle waarschijnlijkheid- oudste Brabander. Mede hierdoor heeft hij de eeuwen, vijf in getal, getrotseerd. "Eik" is oud, wijs en vriendelijk, kortom: hij is geweldig.
Vol trots tonen wij, vier Brabantse woudlopers, hem aan onze
vriend uit het Noorden, "bomen-Bert". 'Op welke planeet ben ik',
stoot hij moeizaam uit. Zijn ogen draaien vreemd in zijn kassen,
hij is een flauwte nabij en valt bijna om. Ik had dit verwacht.
Ervaren in deze situatie -het is ter plekke al vaker gebeurd- vang
ik hem op. Hij bekomt, zijn mond zakt open. De eik wordt
besnuffeld en liefdevol betast. Van alle kanten wordt hij bekeken
met het oog van de wetenschapper én de liefhebber. 'De dikke
eik van Lochem meet 7.20 meter, die van Vorden 7.10 meter',
vervolgt "bomen-Bert", 'maar die staan op rijke grond, deze op
arme. Zijn prestatie is derhalve groter.' Ik gloei van trots. Mijn eik
is dan misschien niet de dikste, maar wel de mooiste, bijzonderste
en sterkste. Wij richten stantepede "de orde der vrienden van de
eerbiedwaardige eik" op. Plechtig wordt op eikels gekauwd.
Daarna neemt joligheid bezit van ons en gevieren klimmmen we in
de takken. Er is plaats genoeg voor ieder om ruim te zitten.
"Bomen-Bert" vereeuwigt eik en "vrienden van" op de gevoelige
plaat. ![]() Mijn leven heeft meer inhoud gekregen sinds ik de eik ken. Ik ga bij hem op bezoek en een gesprek aan. Irene is niet de enige die zoiets klaarspeelt. Alleen al als ik aan hem denk, kikkert dit mij op. In tijden waarin het leven mij niet welgezind is, denk ik: 'wat moet mijn eik in zijn leven allemaal wel meegemaakt hebben? En zie, hoe vitaal hij nog is en in staat mij op te monteren.'
Mensen ontdekken steeds meer dat hun levensgeluk aanmerkelijk
vergroot kan worden, wanneer ze een vriendschapsband aangaan
met wilde dieren en planten. Het rijden op reuzenschildpadden op
de Galápagos Eilanden is een reeds lang bekende toeristische
attractie. Sinds kort heeft men de heilzame werking ontdekt van
het stoeien met dolfijnen (voor de kust van Hawaii) en het aaien
van walvissen (voor de kust van Tasmanië). Mensen komen wild
enthousiast terug, hun leven heeft een beslissende wending
genomen. Wie verre reizen maakt kan veel verhalen. Wat staat op
dit gebied nog op stapel? Welke dieren kunnen nog meer
opgetrommeld worden om het lijden te verzachten van zielen die
in het menselijk verkeer liefde tekort komen? Kroelen met een
beer, neuzen met een neushoorn, tongzoenen met een ratelslang? Maar voor ongekende sensaties met natuurlijke fenomenen hoeven helemaal geen verre expedities ondernomen te worden. Moest ik een handige zakenman zijn, dan deed ik het volgende. Ik baat mijn eik uit en word stinkend rijk. Ik zorg voor een bewegwijzering en laat een weg asfalteren tot aan de voet van de eik. Ik wacht de hunkerenden op en verzorg -tegen betaling uiteraard- een cursus "eik-vrijen", uniek in de wereld. 'Streel de dikke eik, juist zo. Steek uw hoofd in die holte, kriebelen er mieren in uw neus? Dat is nou net de bedoeling. Schurk uw rug tegen de stam, weer wat anders als een knuffelzuil in het subtropisch zwemparadijs, toch? Spring tenslotte uit zijn kruin, juist, met uw hoofd naar beneden, een kraker die alles slaat.' Gelukkig voor de eik ben ik geen zakenman. De eik zou geschandaliseerd worden en de omgeving degraderen door dranghekken en een loket. Uit een horecagelegenheid ("In den Dikke Eik") klinkt gebral op van zatladders, die teveel uit eikels gebrouwen bier op hebben. `s Avonds moeten sokken en slipjes uit de takken verwijderd worden. Bij de gedachte alleen al bries ik. Ik heb plots veel begrip voor Odysseus die de (50!) vrijers van zijn vrouw het paleis uitjoeg en genadeloos elimineerde. "Hij" is van mij en van hen, die hem zelf ontdekken en in hun hart opsluiten. Vrienden ga je niet exploiteren. De eiken die zich ons land hebben gevestigd en uitgeselecteerd, hebben ongetwijfeld een erfelijk vastgelegd beter aanpassingsvermogen. In een tijd van afnemende vitaliteit van bossen zou dat wel eens van wezenlijke betekenis kunnen zijn. Oernatuur in oude natuur dus, een onverwacht geschenk waarvoor niet gegraven hoeft te worden. De enige menselijke inspanning die hier wordt gevraagd is iets te laten in plaats van iets te doen. Laat de houtwallen, onverhoopte monumenten uit de oertijd, staan. Misschien is dit wel teveel gevraagd in een tijd waarin de dynamische mens, ook binnen de natuurbescherming, hoogtij viert. Zo af en toe zou hij, voor het welzijn van de natuur, ook een beschouwende, passieve mens mogen zijn.
Met dank aan Thijs Caspers.
|