ALS EEN TREKVOGEL

‘k Ben nu als een vogel voorbereid
op de grote trek die staat te wachten:
slapeloos beginnen al zijn nachten
in de boom van zijn verleden tijd.

En hij wordt gewekt door ’t eerste licht
uit de takken van zijn oude leven,
die hem nog onwerkelijk omgeven
als een vreemde noodzaak, als een plicht.

Maar zijn hart is van dit alles los:
van de meidoorn, van de zo beminde
vijvertjes en van geheel het bos ––
zo ook ben ik tot de reis gereed,
en ik voel mijn vleugels reeds verzwinden
naar het land dat grenzenloosheid heet.

Bertus Aafjes