ODE AAN DE NATUUR

Wat ben je stil in al je kleurenklanken
zo rijzig en oprecht
zonder hinder, in één adem voltooid.
Wachtend, ontvangend, steeds bereid
te zijn, te beminnen, heel diep van binnen.
Klanken die troosten
Kleuren die ontroeren
zo volmaakt, zo volmaakt één...
gewoonweg Goddelijk
Dank je dat ik één met jou mag zijn.

Christl, 20 mei 1999