*
Eigenwaarde
Tobias gechanneld door Geoffrey Hoppe (Cauldre)
vertaling Annelie v Eijk
Tobias is een energie, of geest, gechanneld door Geoffrey Hoppe (Cauldre). Tobias is een deel van een spirituele groep genaamd de Crimson Counsil. Zij brengen een energie van liefde en wijsheid en een perspectief van de andere kant van de sluier.
……In dat verband (je innerlijke werk), lieve vrienden, willen wij graag een verhaaltje vertellen. Een kort verhaaltje. Cauldre gelooft niet dat wij woord houden... (gelach) Om je iets meer inzicht in je eigen situatie te geven, vertellen wij nu een verhaaltje over Jan. Dit verhaal hebben wij enkele weken geleden in het land Orion verteld – jullie noemen dat land Korea. Dat verhaaltje past bij Shaumbra, omdat het over jou gaat.
Jan’s leven staat net als dat van Shaumbra, als dat van jou, bijna op z’n kop... zoveel is er aan het veranderen. Hij begint te begrijpen dat ook híj God is... hij leert de dingen die geen functie meer hebben in zijn leven los te laten... hij voelt dat hij verandert en hij kan het niet overzien... maar hij weet ook dat hij niet alleen is... en dat hij gezelschap heeft. Net als jij zoekt Jan naar verlichting. Jan wil begrijpen hoe zijn goddelijkheid in elkaar zit en zijn verbinding met Geest.
Op een nacht heeft Jan een heldere droom. Hij gaat naar de goddelijke tempel in zijn hart. Hij voelt dat hij door tijd en ruimte en onbekende dimensies reist. Maar in werkelijkheid reist hij door zijn eigen wezen.
Dan komt hij aan bij de Tempel van de Goddelijkheid. Hij doet de deur open. Hij ziet een prachtig verlichte, grote hal, waar geen eind aan komt. Alles straalt licht uit, een schitterend, tintelend gouden licht.
Hij treedt de Tempel van de Goddelijkheid binnen en kijkt om zich heen. Zijn oog ziet alleen maar engelen. Hij herkent in hen aspecten van zichzelf in het verleden. En hij herkent velen van de engelen in deze Hal van de Goddelijkheid als oude bekenden uit vorige levens, of het huidige.
Jan kent alle engelen die daar aanwezig zijn. Honderden, en nog eens vele honderden engelen. En ze zijn allemaal bij elkaar gekomen om bij Jan te kunnen zijn.
Midden in de hal ziet Jan een zetel staan. Hij weet dat hij nu naar deze Zetel van de Goddelijkheid moet lopen en erin gaan zitten. Langzaam loopt hij haar de Zetel van de Goddelijkheid, en hij ziet alle engelen daarbij aanwezig zijn. Hij weet dat er nu een ceremonieel moment aanbreekt.
Hij neemt plaats in de Zetel van de Goddelijkheid en zegt: “Grote Geest, Geliefde, ben ik toe aan mijn verlichting? Ben ik er klaar voor om goddelijk te zijn?” En de hele hal wordt stil.
Er komt een engel naar voren. Een grote, krachtige, prachtig stralende engel komt op de stoel toe en zegt tegen Jan: “Jan, het is voor ons een eer dat jij hier bent in de Tempel van de Goddelijkheid. Maar je bent nog niet klaar voor je verlichting”.
Jan wordt zwaar bedroefd, hij raakt van slag, is verward en boos. En boos wordt hij wakker uit zijn heldere droom, maar hij herinnert zich nog alle details van de Hal van de Goddelijkheid. Maar hij kan die enorme teleurstelling ook niet vergeten, toen de engel hem zei dat hij nog niet zo ver is. Jan blijft de hele nacht wakker, en denkt dagenlang na over wat hij moet doen om verlichting te bereiken.
Aan het eind van de tweede dag, concludeert Jan dat hij niet genoeg heeft gestudeerd en nog niet genoeg weet. En hij legt zichzelf een streng studieprogramma op, hij moet boeken lezen en workshops en cursussen volgen. En dat doet hij dan ook, maandenlang. Zodra hij ’s morgens wakker is, gaat hij verder met het absorberen van kennis, in de hoop daarin een parel van wijsheid te vinden.
Na zes zware maanden, waarin hij zijn hersens afgebeuld en overladen heeft met nog meer kennis en informatie, gaat hij opnieuw in een heldere droom naar de Tempel van de Goddelijkheid. Hij doet de deur open. En de tempel is opnieuw vol met honderden en nog eens honderden engelen. Jan kent ze allemaal.
Opnieuw loopt hij naar de Zetel van de Goddelijkheid en gaat erin zitten. De grote machtige engel komt weer naar hem toe en weet wat Jan hem gaat vragen. Jan’s stem slaat over van de zenuwen en de vermoeidheid, wanneer hij vraagt: “Ben ik aan mijn verlichting toe?” En weer zegt de grote engel: “Jan, je bent nog niet aan je verlichting toe”.
Het antwoord van de grote engel roept zoveel emotie bij Jan op, dat hij teruggeslingerd wordt in zijn dagbewustzijn. Hij wordt zwetend wakker, en herinnert zich zijn droom. Hij kan niet meer slapen en blijft er twee dagen over nadenken. Waarom kan hij zijn verlichting niet bereiken?
En dán snapt ie het. Hij is teveel aan de materie gehecht, hij heeft teveel bezittingen. Het is een blok aan zijn been, en het houdt hem tegen, en zo bereikt hij nooit zijn verlichting.
Jan maakt er werk van om alles weg te geven en op te doeken dat hij heeft – zijn huis, zijn auto, zijn spaarrekening, ja eigenlijk alles, behalve de kleren die hij draagt. Hij stapt eruit en gaat op straat leven, en eet maar net genoeg om in leven te blijven, en neemt alleen het hoognodige aan van anderen die hem willen helpen. Maandenlang leeft Jan een leven van armoede, vol gebrek, want hij heeft alles wat hij bezat losgelaten en denkt zich op deze manier te kunnen bevrijden van wat hem tegenhoudt.
Ten slotte droomt Jan opnieuw van de Tempel van de Goddelijkheid. Hij doet de deur open, gaat naar binnen en hij is doodmoe en uitgeteerd van de honger, maar hij heeft geen andere aardse bezittingen meer bij zich dan de kleren aan zijn lijf. Jan gaat in de Zetel van de Goddelijkheid zitten bibberen, want de engel komt weer op hem toelopen. Jan vraagt: “Heb ik nu de verlichting verdiend?” De prachtige engel maakt er geen woord aan vuil. Hij schudt alleen zijn hoofd: “Nee”.
Dit gebaar slingert Jan uit zijn droomstaat. Daar ligt ie dan, in de goot... want een bed heeft hij niet meer. Hij peinst zich suf. Hoe moet het dán? Hij ligt in de goot, net zolang tot iemand hem daar wegschuift, alsof hij een hoop stront is.
Jan piekert over zijn leven en de gang van zaken. Hij bedenkt dat hij niet dienstbaar genoeg aan anderen is geweest. Hij heeft alleen voor zichzelf geleefd. Hij wist wel dat hij zelfzuchtig was, en erg veel voor zijn eigen zielenheil deed. En te weinig voor dat van anderen. Dát zou zeker de reden zijn.
Dus Jan begint aan een heel nieuw programma en legt zichzelf dienstbaarheid aan anderen op. Hij ziet vele mogelijkheden om anderen te helpen. Hij helpt oude mensen hun boodschappentas te dragen. Hij helpt kinderen die in de speeltuin gevallen zijn en zich pijn hebben gedaan. Hij bemiddelt als mensen ruzie hebben. Steeds ziet hij weer iets anders waarbij hij van dienst kan zijn om zo zijn verlichting te verdienen.
En weer is er een half jaar voorbij, Jan staat weer voor de Tempel van de Goddelijkheid. Hij doet de deur open, ziet alle engelen, maar heeft geen tijd voor hun liefde en hun energie, hij wil het ook niet voelen, want hij is een beetje boos. (gelach)
Hij wil verlichting. Hij marcheert naar de Zetel van de Goddelijkheid en gaat zitten. Al voordat de engel bij hem staat, roept hij: “Ben ik al toe aan mijn verlichting?” Je kunt een speld horen vallen, en dan antwoorden alle engelen met één stem: “Nee, Jan, je bent nog niet zover”. (gelach)
Jan barst in huilen uit. Hij snikt: “Ik geef het op. Ik heb alles geprobeerd waarvan ik dacht dat ik dat moest doen om verlichting te bereiken. Ik heb al mijn materiële bezittingen opgegeven. Ik mijzelf ingezet ten dienste van anderen. Ik heb de belangrijkste boeken over spiritualiteit en de heilige godsdienstige boeken bestudeerd. Nu ben ik hier, en jullie zeggen weer “nee”.”
Jan stort in. En terwijl hij huilt laat hij alle Oude Energieën los, die nog in hem opgeslagen zijn.
Een grote, schitterende engel komt naar hem toe en legt vol mededogen zijn hand op Jan’s schouder. Jan ziet het mededogen, maar ook de glimlach van de engel – die zijn lachen eigenlijk niet in kan houden. Daar wordt Jan heel boos over – hij voelt zich uitgelachen door de engel.
Jan vraagt: “Wat moet ik doen? Wat moet ik weten? Wat heb ik nodig om verlichting te bereiken?”De engel zegt lachend: “Jan, het is zo eenvoudig. Had dat nou meteen gevraagd. Wij hadden het je zo verteld. Maar jij wou het allemaal zelf doen. En je hebt alles geprobeerd, en je hebt al die dingen ervaren, en nu pas vraag je ernaar. Wij zullen je jouw spiegelbeeld laten zien. En in dat spiegelbeeld vind je het antwoord.”
Jan gaapt de engel aan en ziet plotseling zichzelf in het gezicht van de engel. Hij ziet zelfs zijn eigen wezen weerspiegeld in de prachtige engel die voor hem staat. En dan weet hij ook het antwoord. Het is inderdaad eenvoudig. Het is schandelijk eenvoudig... en Jan begint hard te lachen.
Lieve vrienden, het antwoord is dat Jan geen eigenwaarde had. Jan waardeerde zichzelf niet, noch dat wat hij deed. Dus hoe kon hij dan verlicht zijn? Jan voelde zich onvolmaakt, zo onvolmaakt dat hij met geen mogelijkheid God kon zijn. Ieder keer dat hij in de Zetel van de Verlichting ging zitten, zakte zijn gevoel van eigenwaarde weg. Jan ging in de Zetel van de Goddelijkheid zitten om te vragen hoe het was gesteld met zijn verlichting... De engelen móesten wel “Nee” zeggen, “je bent er nog niet klaar voor want je hebt geen eigenwaarde. Jij ziet jezelf als minder dan God, als iets dat onvolmaakt is.”
Jan ziet nu in zijn spiegelbeeld dat alles wat hij in zijn leven heeft gedaan, volmaakt was. Alles was deel van een leerproces, bedoeld om te groeien. Alles wat hij heeft gedaan, heeft bijgedragen aan Al Dat Is. Alles dat hij heeft gedaan heeft nieuwe ervaringen voortgebracht voor zijn ziel. Alles was altijd al volmaakt.
Hij had geen fouten gemaakt, geen verkeerde weg ingeslagen... nooit. Geen enkele weg was beter dan een andere. Er was niets om spijt over te hebben.... nooit. Zelfs toen hij een dief was, een struikrover, een moordenaar... het was toen aan de orde. Net zo als toen hij een genezer was, een medicijnman, een dokter, een leraar, iemand die altijd voor anderen klaarstond... dat was toen aan de orde.
Nu beseft Jan, terwijl hij in de Zetel van de Goddelijkheid zit, dat hij niet hoeft te vragen of hij al aan zijn verlichting toe is. Hij weet het antwoord al. Hij hoeft het niet aan de engelen te vragen. Het enige wat hij moet doen is zichzelf accepteren met al zijn mededogen en al zijn liefde, precies zoals de engelen hem accepteren. En dat is een innerlijk gebeuren.
Op dat moment bereikt Jan zijn verlichting. Op dat moment begint zijn goddelijkheid te stralen. En hij beseft dat alles goed is.
En dat was het verhaaltje over Jan, Shaumbra, over jou... jij, die in deze gemeenschappelijke ruimte zit... die thuis zit te luisteren of nu zit te lezen...
Bron: Crimson Circle
|