Bloemen

van de Asterdeva

Laat ons de hoge verrukking van het Deva-koninkrijk met je delen.
Jullie mensen kunnen zo zwaarmoedig zijn, zo vol zorg over van alles en nog wat, dat jullie als een steen naar de bodem van een vijver zakken; jullie zonderen je van ons af en van dat deel van jezelf dat één is met ons. Desondanks is dat deel van jullie altijd aanwezig en het wenkt naar jullie op het materiële niveau door middel van bloemen.

Bloemen zijn vreugde, tot uiting gebracht in kleur, geur en vorm; bloemen verheffen het hart, troosten, spreken over perfectie en hoop - want als een doodgewone plant in een onverkwikkelijke wereld zo schitterend kan zijn, hoe zou de menselijke geest dan niet kunnen zijn?
Door onze bloemen spreken wij tot jullie in een universele taal en als jullie ons bemerken móeten jullie wel reageren, want wat wij te zeggen hebben, hebben jullie óók te zeggen en er heerst een perfecte harmonie tussen ons.
Achter deze schitterende vormen schuilt een dansende verrukking van de geest die zich vrij beweegt op het perfecte ritme van God, gevoelig voor de geringste aanduiding van boven, volledig in harmonie met het geheel. Ook dát zijn jullie, die mogelijkheid hebben jullie, en wij willen jullie eenvoudig aan jezelf herinneren.

Kunnen jullie niet vaker in die richting kijken? Kijk naar binnen en je zult die hoge staat vinden, kijk naar buiten en wij zullen erover spreken. Alles zal erop duiden als jullie je ogen en oren er maar goed op instellen. Maar ook wanneer jullie het niet duidelijk zien, kunnen wij jullie herinneren aan het wonder dat God is, kunnen wij jullie bewustzijn verheffen.
Ja, wij kunnen jullie bewustzijn verheffen; maar jullie, jullie kunnen het bewustzijn van de Planeet verheffen.
Wij kunnen onze vreugdestralen uitzenden als kleine lichtbakens; maar jullie, jullie kunnen in beweging komen en jullie vreugdestralen over de hele wereld waarover jullie heersen doen uitstralen. Wij willen jullie eraan herinneren dit te doen, en het nú te doen.

Bron: Uit het boek "Engelen en Deva's spreken van Dorothy MacLean.

De Bloem, zij is zo mooi,
Zij schittert in al haar pracht,
Maar niemand ziet hoe zij,
Naar iedereen toe lacht.

Annelie v Eijk