| |
~*~
Papa
8-6-2001
Op 3 juni overleed mijn vader, ons pap, op 85-jarige leeftijd. Het was tijdens de laatste sacramenten toen het hele gezin erbij was. Mooier had niet gekund. Ik was blij voor hem, want hij was dementerende en kon niet langer bij moeder in huis wonen en daarom moest hij naar een verzorgingstehuis. Dat heeft iedereen heel veel verdriet gedaan. Gelukkig heeft het daarna niet lang meer geduurd.
Voordat pap die dag vertrok, werd mijn blik naar boven het bed getrokken en daar ‘zag’ ik twee schimmen, waarvan ik wist dat de ene ons pap was die rondkeek en zag dat het goed was. Toen zag men, hoe hij zijn laatste adem uitblies en ik wenste hem in gedachten een goede reis. Dag pap, het ga je goed.
Vandaag was de crematie, maar eerst nog een mis in de kerk. Iets wat ik eigenlijk niet verwacht had, want daar ging hij toch nooit heen. God was bij hem allang afgewerkt zoals hij altijd zei. Ik denk dat het ook meer voor mijn moeder was, deze mis, die voelde zich daar gewoon prettiger bij en ach, het maakte eigenlijk ook niks uit.
In de kerkdienst had ik moeite met alle emoties die ik nog extra oppikte. Ik was nu zelf natuurlijk wat kwetsbaarder en daardoor kon ik niet goed bij mezelf blijven. Later werd dat beter. Het was een aardige dienst en ik vroeg me af waar ons pap nu zou zijn. Zou hij zijn eigen dienst bij kunnen wonen of zou dat te vroeg zijn? Zo zat ik een beetje in gedachten.
Toen Mijnheer pastoor heel diep voor de kist boog, hoorde ik ons pap in gedachten zeggen: “Moest ie nou eens met zijn kop op die kist butsen zeg!” Hajáá, dat zou hij precies gezegd kunnen hebben met zo’n twinkeling in zijn ogen. Ik zag het al helemaal voor me en ik moest echt opletten dat ik niet in de lach schoot. Nee, dat zou ik mijn moeder niet aan kunnen doen.
Daarna naar de crematie, waar de sfeer veel prettiger was dan in die koud aandoende kerk. Hier werden warme woorden gesproken, afgewisseld met muziek die mam uitgezocht had. En toen het nummer met de fluitende vogels werd afgespeeld, kregen velen het te kwaad. Ook ik, want mijn vader en vogeltjes hoorden gewoon bij elkaar. En ineens was daar het gevoel van een enorme warme hand op mijn linkerschouder. Die warmte, die bijna heet te noemen was, straalde helemaal door mijn nek heen. Het was een troostende hand. En ik vond het fijn dat ze me toch even wilden laten weten dat ik niet alleen was.
Nog iets bijzonders
Maanden later strooiden we de as uit, ergens in een bos waar hij graag ging wandelen, onder een oude knoestige Den die heel alleen op een heideveld stond. Dat was echt een mooie plek, want hij hield zo van de natuur. Onze ouders namen ons altijd mee het bos in als er tijd voor was en elk jaar, dat was vaste prik, dan werden er bramen geplukt zodat daar jam van gemaakt kon worden. Ook nadat de kinderen het huis uit waren, gingen mijn ouders elk jaar nog bramen plukken en ons pap zat dan altijd van top tot teen onder de schrammen.
Twee jaar na de uitstrooiing, stond er tot ieders verrassing ineens een bloeiende bramenstruik onder die Den. Kan het mooier?
|